Heleen Lamm: wetsvoorstel prostitutie niet rijp om aangenomen te worden

WETSVOORSTEL PROSTITUTIE NIET RIJP OM AANGENOMEN TE WORDEN

In het kader van de opleiding HBO Rechten heb ik een afstudeeronderzoek gedaan m.b.t. het Wetsvoorstel Regulering Prostitutie en Bestrijding Misstanden Seksbranche, ingediend door de Tweede Kamer op 10 november 2010 met het nummer 32211i. Dit wetsvoorstel betreft het reguleren van de prostitutiebranche en het tegengaan van mensenhandel en andere misstanden binnen de seksbranche. In dit onderzoek heb ik mij met name gericht op de vraag in hoeverre dit wetsvoorstel bijdraagt aan het tegengaan van vrouwenhandel.

De belangrijkste onderwerpen die in het wetsvoorstel zijn opgenomen worden hieronder besproken:
de registratieplicht van de prostituee, de leeftijd van de prostituee, de strafbaarstelling van de klant en een vergunningensysteem van de exploitant. Aan het einde van het artikel kom ik tot een slotconclusie.

Registratieplicht
Met het Wetsvoorstel Prostitutie wordt er een registratieplicht ingesteld voor de prostituee.
Dit houdt in dat de prostituee zich bij een gemeente moet registreren om legaal in de prostitutiebranche te kunnen werken. Zij krijgt na registratie een persoonlijk nummer, als bewijs dat zij geregistreerd staat in een gemeente als prostituee. Tijdens de registratie ontstaat er een contactmoment tussen de prostituee, gemeenteambtenaar en werknemer van de GGD. Hiermee hoopt de regering dat signalen van mogelijk slachtofferschap van vrouwenhandel kunnen worden opgemerktii.
Er zijn echter ook bezwaren tegen de registratieplicht voor de prostituee. De vele tegenargumenten, waarvan hieronder een aantal zullen worden besproken, van verschillende belangenorganisaties wegen zwaarder dan de voordelen die er volgens de regering aan zouden zitten. Het contactmoment dat elke drie jaar ontstaat werkt niet. Het is haast onmogelijk om in een gesprek dat eens in de drie jaar plaats vindt signalen van mogelijk slachtofferschap te ontdekkeniii. Daarnaast zullen prostituees juist eerder in de illegaliteit verdwijnen, omdat zij graag anoniem als prostituee werkzaam willen zijniv. Van veel prostituees heeft de familie namelijk geen idee dat zij als prostituee werkzaam zijn. Nu zij zich zullen moeten registreren, worden er tijdens het registratieproces persoonsgegevens van hen geregistreerd, zoals het burgerservicenummer. Er zullen hierdoor prostituees zijn die er voor kiezen zich niet te registreren (dus illegaal te werken) zodat zij hun anonimiteit kunnen behouden.
Ook maakt de registratieplicht een inbreuk op het privéleven van de prostituee. De persoonsgegevens die zullen worden geregistreerd vallen onder art. 16 Wet Bescherming Persoonsgegevens en mogen dan ook niet worden vastgelegdv. In dit artikel is namelijk opgenomen dat bijzondere persoonsgegevens niet mogen worden vastgelegd. Het registreren van het burgerservicenummer en de andere persoonsgegevens van de prostituee vallen onder bijzondere persoonsgegevens.
Om bovengenoemde redenen zijn de prostituees zelf ook tegen de registratieplicht, terwijl de regeling van de registratieplicht juist voor deze groep in het wetsvoorstel is opgenomen. De registratieplicht is dan ook geen goed idee als het gaat om het tegengaan van vrouwenhandel.

Leeftijd
In het wetsvoorstel is opgenomen dat de minimumleeftijd van de prostituee verhoogd zal worden van 18 naar 21 jaarvi. De argumenten voor deze leeftijdsverhoging worden hieronder besproken.
Er valt voor beide leeftijden wat te zeggen en om die reden is het dus moeilijk om te bepalen welke minimum leeftijd voor de prostituee beter zou zijn.
Bij de leeftijd van 21 jaar lijken er immers meer voor argumenten te zijn, dan bij de leeftijd van 18 jaar. Zo zouden vrouwen van 21 jaar meer volwassen zijn en daardoor een bewustere keuze kunnen maken om in de prostitutiebranche te gaan werkenvii. De exploitant die in de prostitutiebranche werkzaam is moet 21 jaar zijn. Om die reden en zeker gezien de mentale en fysieke zwaarte van het beroep, zou ook de prostituee zelf 21 jaar moeten zijnviii.
Bij de leeftijd van 18 jaar valt echter te beargumenteren dat meisjes minder lang in de illegaliteit zullen belanden doordat zij al op hun 18e legaal in de prostitutiebranche mogen werkenix. Doordat zij minder lang in de illegaliteit werkzaam zullen zijn, kan er ook door de handhaver beter zicht op deze meisjes gehouden worden.

De Klant
De klant wordt in het wetsvoorstel strafbaar gesteld, wanneer hij niet nagaat of een prostituee legaal is. De klant zou dit moeten nagaan aan de hand van het persoonlijk registratienummer van de prostitueex. Dit kan hij bijvoorbeeld doen door een landelijk telefoonnummer te bellen en het registratienummer van de prostituee hier door te geven.
Op zich zou de strafbaarstelling van de klant een goed idee kunnen zijn. De klant die gebruik maakt van de diensten van een illegale prostituee zorgt er immers voor dat de illegale prostitutiebranche kan blijven bestaan. Wanneer hij ook zelf strafbaar wordt, zal hij minder gebruik maken van deze branche en zich richten op de legale prostitutiebranche. Hierdoor zou de illegale prostitutiebranche tegen gegaan kunnen worden.
Er kleven echter zoveel nadelen aan de strafbaarstelling van de klant, dat het in de praktijk waarschijnlijk niet zo zal werken zoals de regering voor ogen heeft. Het argument dat veel slachtoffers gevonden worden door meldingen van klanten en het feit dat klanten minder of geen meldingen meer zullen doen van mogelijke slachtoffers van vrouwenhandel wanneer zij zelf strafbaar worden, lijkt mij sterk. Zij zullen namelijk niet het risico willen nemen om strafbaar gesteld te worden, doordat zij wellicht gebruik hebben gemaakt van de diensten van een illegale prostituee en zullen daardoor geen melding meer doen van mogelijk slachtofferschap van deze prostitueesxi.
Verder zal het moeilijk zijn om te controleren of een klant heeft nagegaan of een prostituee legaal is. De prostituee kan bijvoorbeeld een registratienummer opgeven wat niet van haar is maar van een collega. De klant kan dus niet weten of het nummer dat de prostituee opgeeft ook daadwerkelijk van haar is.
Ik denk dat de strafbaarstelling van de klant niet zal bijdragen aan het tegengaan van vrouwenhandel.

Handhaving
Een ander punt dat in het wetsvoorstel is opgenomen, is het instellen van een landelijk systeem van vergunningen van exploitanten en geregistreerde prostitueesxii.
In een ideale wereld zou zo’n landelijk systeem het makkelijker kunnen maken om te handhaven doordat er sneller en gerichter gehandhaafd kan worden, aangezien er eerder kan worden achterhaald of een exploitant of prostituee legaal is.
In de praktijk kan dit echter niet zo simpel toegepast worden. Er zal wellicht een groot grijs gebied zitten tussen de exploitant of prostituee die legaal is en dus in het bezit is van een vergunning of persoonlijk registratienummer en de illegale exploitant of prostituee, die d.m.v. het systeem vrij makkelijk opgespoord kan worden. Er zullen namelijk ook illegale prostituees en exploitanten zijn die niet makkelijk opgespoord kunnen worden omdat er nauwelijks zicht op dit deel van deze branche is en deze exploitanten en prostituees zullen er alles aan doen om in de illegaliteit te blijven. Zij willen namelijk niet dat hun illegale praktijken aan het licht zullen worden gebracht. Handhaving zal in dat gebied waarschijnlijk niet mogelijk zijn, het systeem zal in dat geval dan ook niet helpen.
Daarnaast vind ik dat ook geweigerde vergunningen in het systeem opgenomen zouden moeten worden. Hierdoor kunnen de exploitanten of prostituees die illegaal zijn niet zomaar in een andere gemeente wel een vergunning of persoonlijk nummer aan vragen. Daarnaast is een exploitant met een geweigerde vergunning makkelijker te lokaliseren wanneer deze is opgenomen in een systeemxiii.

Conclusie
Ik ben van mening dat de maatregelen die in het wetsvoorstel zijn opgenomen niet zullen helpen om vrouwenhandel tegen te gaan.
Het wetsvoorstel lijkt meer gericht te zijn op het reguleren van de prostitutiebranche dan op het tegengaan van vrouwenhandel. Er worden in het wetsvoorstel weinig regelingen opgenomen die betrekking hebben op dit onderwerp. De regelingen die wel betrekking hebben op vrouwenhandel lijken eerder nadelige effecten dan voordelige effecten te veroorzaken.

Daarnaast is er een aantal schadelijke neveneffecten bij het wetsvoorstel ontdekt.
Zo is de registratieplicht niet wenselijk en zal de strafbaarstelling van de klant niet helpen om vrouwenhandel tegen te gaan.
Verder zal er, in geval het wetsvoorstel wordt aangenomen, uit resultaten moeten blijken of de keuze voor de verhoging van de minimumleeftijd naar 21 jaar goed is geweest.

Nu, gebaseerd op de resultaten uit mijn onderzoeksverslag, het Wetsvoorstel Prostitutie, naar mijn mening, niet zal helpen om vrouwenhandel tegen te gaan en omdat er mogelijk schadelijke neveneffecten bij instelling van de wet zouden kunnen ontstaan, zou ik de Eerste Kamer met klem willen adviseren om tegen het wetsvoorstel te stemmen.

Om vrouwenhandel tegen te kunnen gaan zal er een wet moeten komen met meer specifieke regels gericht op dit onderwerp.

Voor het complete onderzoeksverslag met daarin een uitgebreide uitleg over vrouwenhandel in Nederland, de mensenrechten die hierbij komen kijken en de inhoud van het wetsvoorstel met daarbij de voor en tegen argumenten, kunt u hier klikken.

Tekst: Heleen Lamm







i Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr.2. (wetsvoorstel)

ii Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr.3, p.11 (memorie van toelichting)

iii SOA AIDS Nederland, Aids Fonds, Peespas prostituees gaat niet door, 2011, <http://www.soaaids.nl/nieuwsoverzicht/Nieuwsitem/258>

iv M. Wijers, ‘Registratieplicht voor prostituees: een sprong voorwaarts naar de negentiende eeuw’, SekSoa Magazine 2011, nr.2.

v Vereniging voor Vrouw en Recht, Clara Wichmann, Wetsvoorstel regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche. Juridische analyse inzake mogelijke strijdigheid van de voorgestelde algehele registratieplicht voor prostituees met de Wet bescherming persoonsgegevens, 2011, p. 1-6.

vi Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr. A (gewijzigd voorstel van wet)

vii M. Genova, journaliste en mensenhandel expert, Interview met M. Genova over het Wetsvoorstel Regulering Prostitutie en Bestrijding Misstanden Seksbranche.

viii Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr.5, p. 17 (verslag)

ix Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr.3, p. 13 (memorie van toelichting)

x Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr. A, art. 29 (gewijzigd voorstel van wet)

xi J. Visser, Artikel over strafbaarstelling klanten, Stichting de Rode Draad 2009, <www.rodedraad.nl>

xii Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr.3, p. 29 (memorie van toelichting)

xiii Kamerstukken || 2009/11, 32 211, nr.5, p. 23 (verslag)

PoWR, Projects on Women Rights    |    Vredenhofpad 13    |    1051 LK Amsterdam    |    Tel.: +31 (0)6 553 447 91    |    info@projectsonwomenrights.nl